VNK Nieuwbrief, mei 2003, 10e jaargang no. 2
Sergeant-majoor b.d. Theo Kokshoorn over de Koreaanse oorlog.
Suk-jae Hummelen en Allard Olof
Nederland en de Koreaanse Oorlog (25-6-1950~27-7-1953)
Allard Olof
Historische Mijmeringen Over De Koreaanse Oorlog
Koen De Ceuster
Het Hiddink-effect in fotos
Ken Vos
Modern familieleven in Korea (2)
Allard Olof
|
|
Een vaag idee: het communisme moest weg
SERGEANT-MAJOOR B.D. THEO KOKSHOORN OVER DE KOREAANSE OORLOG.
Na ruim drie jaar oorlog sloten de strijdende partijen in Korea een wapenstilstand, 27 juli 50 jaar geleden. Sergeant-majoor b.d. Theo Kokshoorn was als soldaat twee keer in Korea. ,,Ik heb geleerd te janken.
Suk-jae Hummelen en Allard Olof
De jonge Karel Appel vond het maar niets en zei: ,,Zou je dat nou wel doen? Theo Kokshoorn, als timmerman meehelpend aan zijn tentoonstelling in Rotterdam, had zich zojuist aangemeld als vrijwilliger voor de Koreaanse oorlog. Met honderden anderen was hij in Den Haag gekeurd. Op fysieke gesteldheid en sympathieën. Lezers van De Waarheid (een communistische krant, red.) werden geweigerd. Kokshoorn (76) zucht diep. Hij is net met de trein uit Rotterdam gekomen en stapt nu de stationsrestauratie van Leiden binnen. Eigenlijk had hij meteen al spijt toen hij instemde met dit interview, een paar weken geleden. ,,Mijn vrouw zei: Wat ga je nou weer doen? Ze kent me een beetje. Voor woensdag heeft hij zich ingeschreven voor een reünietje. Heeft die ook spijt van, maar hij gaat toch. ,,Voor de jongens.
Praten over de Koreaanse oorlog maakt Kokshoorn tegenwoordig benauwd. Hetzelfde gevoel overkomt hem in een drukke winkel, waar hij zo dicht mogelijk bij een deur gaat zitten. Sergeant-majoor Kokshoorn is vrijwel zijn gehele werkzame leven soldaat geweest. Na de Koreaanse oorlog werd hij beroeps. Hij heeft altijd veel geluk gehad, zegt hij. Geen grote verwondingen, drie oorlogen overleefd: WO II, Indië en Korea. In 1982 ging hij uit dienst. Sindsdien loopt hij bij de psycholoog en praat over zijn oorlogen. ,,Ik heb ervan leren janken. De eerste lichting Koreagangers ging in november 1950 en bestond uit zon 600 man. Veel van hen waren Indië-veteranen, een bataljon dat slechts korte training nodig had. Kapitein Frits Vos, die als tolk meeging, informeerde hen over het land. Ruim een jaar later kwam het bataljon in Nederland terug. Tientallen mannen waren op het slagveld achtergebleven. De meeste soldaten tekenden niet bij. De soldaten hadden een vaag idee wat ze in Korea gingen doen, zegt Kokshoorn. ,,Het communisme moest weg. Rusland en Noord-Korea enzo. Ze verwachtten een oorlog vergelijkbaar met die in Nederlands-Indië. ,,Dat was het niet. In Korea ging het om een totaaloorlog waarvan wij dachten: met die Amerikanen kún je niet verliezen.
In 1953 was hij opnieuw als soldaat in Korea. Toen was alles al anders, veel rustiger. De eerste indrukken na hun aankomst in de havenstad Pusan waren overdonderend. Per trein werden ze naar het front vervoerd. Op de stationnetjes stonden meisjes klaar met appels, onderweg kwamen ze duizenden vluchtelingen tegen.
Kokshoorn: ,,Toen dachten we: dat krijgen we straks op onze brood. Die mensen vluchten niet voor niets.
De Nederlanders voegden zich bij de tweede divisie van de Amerikanen, de 2nd Indianhead-Division . Elke compagnie kreeg een paar Koreanen mee. Kokshoorn: ,,De opdracht was: naar het front, vlakbij de Fransen. De frontlinie verschoof als een jojo. De Noord-Koreaanse troepen leken met hun inval op 25 juni 1950 het zuiden onder de voet te lopen, maar werden al snel aan teruggedrongen door de westerse alliantie. De troepen onder leiding van de Amerikaanse generaal MacArthur namen de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang in. Omstreeks die periode kwamen Chinese troepen Noord-Korea te hulp. Het front verschoof weer naar het zuiden, richting Taegu, om uiteindelijk bij de 38ste breedtegraad te stagneren, dezelfde scheidslijn als aan het einde van de Tweede Wereldoorlog.
Hoengsong
Ze kwamen vroeg in de ochtend, zoals altijd, zegt Kokshoorn. De grote klap voor de Nederlanders was Hoengsong, februari 1951. Bij heuvel 325, niet ver ten zuidoosten van Seoul. Chinese soldaten met lichte wapens vielen massaal het Nederlandse kampement aan. Kokshoorn, toen soldaat en goed met de mitrailleur: ,,Ze omsingelden ons, stonden keurig netjes op een rij. Ik schoot er stukken tussenuit, maar de gaten werden meteen weer aangevuld. Bij de slag kwamen 22 Nederlanders om onder wie commandant Den Ouden, en viel een groot aantal gewonden. ,,Chinese gewonden kwam je vrijwel niet tegen, wel Koreanen, zegt Kokshoorn. ,,De Chinezen hadden morfinespuiten bij zich. Hij laat een foto zien van een hoopje post, door Chinezen overhoop gehaald bij de overval. Voor Kokshoorn zat er waarschijnlijk geen post bij. ,,Mijn moeder heeft me denk ik één keer een brief geschreven, ergens rond Kerst of Pasen.
Mijn vader liet niets weten, zei: Die jongen heeft het toch zelf gewild. Kokshoorn heeft toch respect voor de Chinezen. ,,Door hun moed en houding. Als we ons terugtrokken, schoten ze ons nooit in de rug. Hij rookte als een ketter, zoop als een tempelier en had een hartslag die twee keer zo hoog was als normaal. Het moreel werd overeind gehouden met de gedachte aan een adempauze van vijf dagen in Japan. In Korea werd om de moed erin te houden, gezongen. Daar zijn de appeltjes van Oranje weer.
Foto: de brieven van de Nederlandse soldaten die na de nachtelijke aanval in Hoengsong her en der verspreid lagen.
MWOtje
Helden bestaan niet, zegt Kokshoorn. Het Nederlandse bataljon zou afgelost worden door een andere. Kokshoorn en de zijnen waren op de weg terug naar Pusan, toen ze een laatste opdracht kregen: verover heuvel 1120. Kokshoorn: ,,Een strategisch punt. Zijn korporaal Peter Slager: ,,Kom Theo, we gaan een MWOtje (Militaire Willemsorde) verdienen. Even later trof een vijandelijke kogel het hart van Slager. Kokshoorn herinnert het zich nog goed. ,,We bestormden de heuvel, maar zagen de Chinezen niet. We zaten achter bosjes, toen Slager op zn Gronings zei: Even kijken waar die krengen zitten. Hij ging staan en stortte neer. Bij thuiskomst begreep niemand eigenlijk wat ze in Korea hadden gedaan. Kokshoorn was niet kwaad, wel verbaasd. Hoengsong, 28 doden, was een paar regeltjes in de krant geweest. Het is vaak gezegd en Kokshoorn zegt het nog een keer: de Koreaanse oorlog is een vergeten oorlog. Hij heeft een sticker op de achterruit van zijn auto, met het embleem van de Vereniging Oud-Koreastrijders. ,,Vroeg laatst iemand, die de sticker zag, of ik bij de Olympische Spelen in Korea was geweest.
NEDERLAND EN DE KOREAANSE OORLOG (25-6-1950~27-7-1953)
Allard Olof
Toen de Noord-Koreanen in de nacht van 24 op 25 juni 1950 Zuid-Korea binnen waren gevallen besloten de Verenigde Naties, waar de westerse landen toen een sterk blok vormden, dit land militair te helpen. De Verenigde Staten leverden de meeste troepen en hadden het VN-commando. Nederland zegde al snel een torpedoboot-jager toe, die nog in de Indonesische wateren voer, maar stuurde geen reguliere troepen, zo kort na de strijd in de Indische archipel. Daarvoor in de plaats werden vrijwilligers opgeroepen. Er zouden bijna vijfduizend gaan, van wie zon 85% Indië-veteraan was.
Het eerste Nederlandse detachement stond onder bevel van luitenant-kolonel M.P.A. den Ouden, en ging op 23 november aan land te Pusan, na een reis van een maand. Bij hun vertrek had het er nog op geleken dat er niet veel te vechten zou zijn, omdat de Noord-Koreanen al door de Amerikanen verslagen leken, maar op 7 november hadden Chinese vrijwilligers de VN-troepen flink teruggeslagen.
De Nederlanders mengden zich in de strijd en kregen de zwaarste slag te verwerken in de nacht van 12 op 13 februari 1951 toen de Chinezen bij Hoengseong (spreek uit: Hwèngsong) aanvielen. Vijftien Nederlanders kwamen om, onder wie Den Ouden en dominee-kapitein H.J. Timens. Tot 16 februari sneuvelden nog elf Nederlanders. Ook in de lente moest men weer terugtrekken; gedurende twee etmalen kregen de manschappen niets te eten. Op 25 mei arriveerden 228 nieuwe soldaten uit Nederland; bij Inje sneuvelden weer twintig man. In juli leverden de veteranen hun laatste gevecht. 1 oktober zetten ze in Rotterdam weer voet op vaderlandse bodem, waar prins Bernard hen ontving.
Er zijn in totaal 125 Nederlanders gesneuveld of omgekomen. 117 liggen op de VN-begraafplaats bij Pusan. Ongeveer 600 raakten gewond of werden vermist. 1,3 miljoen Zuid-Koreanen kwamen om, van wie 1 miljoen burgers, en zon 50.000 Amerikaanse soldaten. 100.000 burgers werden naar het noorden meegevoerd. Aan de andere kant vonden 1.5 miljoen Noord-Koreanen de dood, van wie 1 miljoen burgers, en ongeveer 1 miljoen Chinezen. In Zuid Korea was 1/3 van de huizen verwoest, 43% van de fabrieken. Noord- Korea was één ruïne.
Allard Olof
Enkele websites over de Koreaanse Oorlog:
http://mcel.pacificu.edu/as/students/stanley/home.html
http://www.korean-war.com/
http://www.centurychina.com/history/krwarfaq.html
http://ist-socrates.berkeley.edu/~korea/koreanwar.html
http://www.rt66.com/~korteng/SmallArms/history.htm
HISTORISCHE MIJMERINGEN OVER DE KOREAANSE OORLOG
Koen De Ceuster
Toen de Veiligheidsraad op 27 juni 1950, twee dagen na de Noord-Koreaanse inval, in een resolutie de VN-lidstaten opriep Zuid-Korea de nodige hulp te verlenen om de gewapende aanval af te slaan en de internationale vrede en veiligheid in de regio te herstellen, leek alles glashelder: de internationale gemeenschap tolereerde geen wederrechtelijke bezetting van een onafhankelijke staat. Doordat het hier bovendien een ideologisch getinte agressie betrof, kon de internationale gemeenschap ook makkelijker gemobiliseerd worden. Zo zullen ook onze jongens in Korea niet beseft hebben dat ze slechts pionnen waren in een complex politiek kluwen dat tot vandaag niet helemaal ontward is.
Lange tijd hebben historici de Koreaanse oorlog als het warmste moment in de koude oorlog gezien, zonder rekening te houden met de specifiek Koreaanse oorzaken van het conflict. Toch moeten de wortels van dit conflict gezocht worden in politieke en maatschappelijke spanningen gevormd tijdens de Japanse koloniale periode (1910-1945). Na de bevrijding zag Korea zich opgesplitst in twee bezettingszones onder militair bestuur. De militaire overheden stuurden de politieke ontwikkelingen in een voor hen gunstige richting, terwijl sommige Koreaanse politici garen sponnen bij de van buitenaf opgelegde contouren van het politieke debat.
In weerwil van de populaire wens voor een onverdeeld en onafhankelijk Korea, bleek die toekomst in een eerste fase uit te monden in twee onafhankelijke en ideologisch tegengestelde staten. Beide Koreaanse leiders speelden gretig in op die ideologische tegenstellingen om hun respectievelijke bondgenoot te paaien. Ze maakten gebruik van de groeiende confrontatie tussen de twee grootmachten om hun eigen politieke agenda uit te voeren. Kim Il Sung wist uiteindelijk Stalin zo ver te krijgen dat hij zijn fiat gaf voor een gewapende hereniging van het Koreaanse schiereiland.
Ook al heeft de Koreaanse oorlog niet tot de hereniging geleid, het liet zowel Kim Il Sung als Syngman Rhee toe hun politieke rivalen uit te schakelen en hun macht te verstevigen. De interne ideologische verschraling, en de kilte van de koude oorlog die na het wapenstilstandsverdrag over het Koreaanse schiereiland neerdaalde, leidde tot een decennialange impasse van onverzoenlijke confrontatie. Het was wachten op de democratisering in Zuid-Korea, het uiteenspatten van de Sovjet-Unie, en de marktgedreven opening van de Volksrepubliek China naar Zuid-Korea die tot een onvermijdelijke toenadering tussen beide staten heeft geleid.
Het wegvallen van de onvoorwaardelijke steun van de traditionele bondgenoten maakt ideologische bravoure ineffectief. Ook al overbrug je vijf decennia van wantrouwen niet zo snel, de bereidheid van zowel Noord- als Zuid-Korea om tot een billijk vergelijk te komen is manifest. Vijftig jaar na de Koreaanse oorlog neemt de Zuid-Koreaanse overheid het voortouw in het zoeken naar een vreedzame oplossing voor de tweedeling van Korea. Het is een ironie van de geschiedenis dat Seoul in zijn traditionele bondgenoot, de VS, het belangrijkste obstakel vindt op de weg naar verzoening met Pyongyang.
HET HIDDINK-EFFECT IN FOTO'S
Ken Vos
Is 2003 voor de Nederlands-Koreaanse betrekkingen het Hamel-jaar, 2002 zou ook wel het Hiddink-jaar genoemd kunnen worden. Guus Hiddink, een sociaal kennelijk vaardige voetbalcoach heeft als oefenmeester van het Zuid-Koreaanse nationale team tijdens het wereldkamioenschap een onuitwisbare indruk op de supporters achtergelaten. Hiddink groeide op in Varsseveld, nu een soort bedevaartplaats voor voetbalgekke Koreaanse toeristen die toevallig in de buurt zijn. Er zijn daar nu twee winkeletalages ingericht als Guuseum waar de wederwaardigheden van Hiddink door middel van allerlei parafernalia uitgestald zijn.
Vanuit Korea kwamen al geruime tijd vóór het voetbalkampioenschap berichten die erop wezen dat Hiddink het onderwerp van een ware hype was geworden. Fotograaf Paul van Riel en journalist Cor Jansma hadden vorig jaar mede naar aanleiding van dit sport-evenement en het nakende Hamel-jaar het plan opgevat om in reportages en artikelen over allerlei aspecten van de Koreaanse samenleving te berichten. Jansma en Van Riel, die veel in Japan fotografeert, werken al vele jaren samen. Bij een overleg op het Rijksmuseum voor Volkenkunde werd bekeken hoe die Hiddink-gekte, maar ook bijvoorbeeld de voetsporen van Hamel in een tentoonstelling vervat zouden kunnen worden.
Foto: doelgroepslid met autobiografie van Hiddink.
Uiteindelijk gekozen voor een reportagevorm waarin Koreanen uit verschillende lagen van de bevolking werden gefotografeerd. Met behulp van een tolk werd hen gevraagd wat ze van de coach vinden. Toevallig konden Van Riel en Jansma ook aanwezig zijn bij de presentatie van Hiddinks autobiografie, in goed Koreaans My way (Mai oei) getiteld. Overal in het land, en niet alleen in de sportkranten of reclame-uitingen, kwamen ze verwijzingen naar Hiddink tegen, zoals in namen van etablissementen als restaurants of discotheken. Ook daarvan zijn fotos te zien. Hiddinks serieuze, ietwat hoekige voorkomen en gedrag spreken kennelijk vooral oudere vrouwen aan. Ook wist hij zich, bewust of ongewild, goed aan te passen aan de ingewikkelde paradox van Koreaans sociaal gedraag waarin confucianistische gereserveerdheid op gezette tijden afgewisseld mag worden met bijna Mediterraan aandoend enthousiasme dat vooral de jeugd aanspreekt.
Op de tentoonstelling zijn zeventien doorsnee-Koreanen tijdens hun dagelijks werk gefotografeerd, waardoor een willekeurig, maar ook fascinerend beeld ontstaat over hoe het hedendaagse Zuid-Korea eruit kan zien. Nu is Hiddink nog een van de weinige aanknopingspunten in de Nederlands-Koreaanse relatie. Hoe populair zal hij over drie jaar zijn, als hij geacht wordt weer het Koreaanse team klaar te stomen voor het wereldkampioenschap in Duitsland?
Bij de tentoonstelling is een boekje met alle fotos en teksten uitgegeven, te verkrijgen voor 1 euro. Het Hiddink-effect is tot en met 1 juni 2003 te zien in het Rijksmuseum voor Volkenkunde, Leiden, Steenstraat 1, Leiden.
MODERN FAMILIELEVEN IN KOREA (2)
Allard Olof
(Dit is het vervolg op het artikel over drie families in ons vorige nummer. Het is niet de bedoeling dat deze reeks tot een soapserie wordt, zoals sommigen waarschijnlijk vrezen of misschien wel hopen. Vrijwel alle details, ook de kern van de gesproken teksten, berusten op feitelijke gegevens, deze keer vooral ontleend aan Under construction: the gendering of modernity, class, and consumption in the Republic of Korea / ed. by Laurel Kendall; Honolulu : University of Hawai'i Press, 2002).
Meneer Kim
Meneer Kim was nu vijftig, en voelde zich al een tijdje niet zo goed. Bij het laatste bezoek aan zijn geboortedorp in Cheolla Pukto had hij jaloers naar zijn energieke vader van 76 gekeken. Kim was al vier keer bij de dokter, een oude schoolvriend, geweest. Zijn bloeddruk, hart en lever waren niet helemaal in orde. Witte boordenwerkers als hij waren al tien jaar in het nieuws, de lijders aan volwassenen-ziektes (seonginbyeong), een term die iedereen nu kende. Zijn carrière was goed geweest, en volgens het boekje: na de universiteit gewoon medewerker, dan sectie-hoofd, nu na ruim twintig jaar uiteindelijk afdelingshoofd. Ze hadden hard gewerkt. De pers benadrukte het. Hij had knipsels van kranten in zijn bureau-la, van de Chungang ilbo en Choseon ilbo; van tien jaar terug. Hij herlas ze af en toe: Deze mannen zijn de leiders in ons tijdperk van hoge economische groei; de bulldozers
en: de manager was het eerst op zijn werk, en vertrok als laatste. En dan wat later over hun problemen: Vier van de tien Koreanen leeft ongezond. Zij die in de veertig en vijftig zijn, zijn het minst gezond! En tenslotte kwamen de media met het verhaal dat in Korea de hoogste sterfte ter wereld was onder mannen van middelbare leeftijd! Dit bleek later niet helemaal te kloppen, maar de buitenlandse pers had het al overgenomen, en wat de mensen het eerst horen blijft het langst hangen. De media hadden in feite geput uit vergelijkende sterftecijfers in 47 landen (dus niet de hele wereld), en vrouwen en armen in Korea liepen tussen hun twintigste en zestigste een grotere kans te sterven, enzovoort. Maar, had Kims vriend, de dokter, gezegd, de foute informatie heeft de gezondheidsindustrie hier wel sterk gestimuleerd.
In de kranten hadden de gezondheidsstatistieken de economische groeicijfers verdrongen. Hij had met zijn vriend nog doorgepraat, over de hyeondaebyeong (de moderne ziektes), de haast waarmee van alles gebouwd werd (the Korean disease), waardoor de afgelopen tien jaar een brug over de Han-rivier en een warenhuis waren ingestort en gasexplosies hadden plaatsgevonden in het centrum van Seoul en Taegu, met honderden doden. Maar hij moest proberen zich niet teveel op te winden. De grote bedrijven moesten al jaren inkrimpen, al voor de financiële crisis van 1997, en jonger talent haalde soms de oudere manager in. Je zag het zelfs in soapseries op de televisie. De pers voerde ook campagne tegen roken en drinken door mannen, maar Kim was al gaan matigen. Hij nam nu ook vaak poshintang (hondenvlees) soep als lunch, om aan te sterken, en deed daarna een dutje. Een echt dieet eiste hij niet van zijn vrouw, maar ze hadden toch wel discussies over zijn gezondheid. Dat kwam door de media, en door officiële standpunten van de overheid. Die hadden het over de traditionele zorgrol van de vrouw, en over het verval van waarden en normen waardoor allerlei moderne ziektes ontstonden. In mei, de officiële Familiemaand, had zijn vrouw tijdens een praatprogramma op de televisie zich op haar teentjes getrapt gevoeld. Het gezin moet meer begrip tonen voor de kostwinner, had een man een krant geciteerd. Maar, had een vrouw snedig opgemerkt, die kostwinners hebben wel jaren lang de eisen van hun werk zwaarder laten wegen dan die van het gezin! Laat de bedrijven zich maar eens meer om de managers bekommeren. Zijn vrouw had zich tot hem gewend: Weet je nog hoe kinderen op school hun vader tekenen? Televisiekijkend, de krant lezend of slapend. Ja, ja, had Kim gedacht, en ze tekenen vader veel kleiner dan moeder. Ik weet t.
Mevrouw Lee
Zijn vrouw, mevrouw Lee, was nu 46, en werkte drie dagen in de week in een kinderdagverblijf. Waar haar schoonmoeder zo tegen was. De schoonmoeder! Aan het begin van hun huwelijk had meneer Kim er nog op gezinspeeld dat zn ouders later misschien ook in Seoul zouden komen wonen. Maar niet bij ons!had ze direct gezegd, je moeder is zo ouderwets, en zonder opleiding. Ik wil haar niet in de buurt als we onze kinderen opvoeden. In het belang van onze kinderen! Een sterk argument. Bovendien hadden haar ouders het leeuwendeel betaald voor hun huisje in Seoul. Ze vermoedde dat haar schoonmoeder bij haar zoon een balletje had opgeworpen over samenwonen. Ze herinnerde zich de discussies wanneer ze met hun zoontje Tongsu op bezoek waren. Dat de baby op zn rug moest slapen. Nee, had ze gezegd, zo lief mogelijk, dan krijgt-ie een plat achterhoofd. Hij moet op zn buik liggen. Een discussie tussen generaties. Gelukkig was haar man zo modern niet honderd procent voor zn moeder partij te kiezen. Haar schoonouders woonden daar goed, ver in de provincie Cheolla. Ze dacht aan haar ouders in Inchon, dicht bij Seoul. Haar moeder was zo makkelijk. Toen haar man bij zijn schoonmoeder klaagde dat thuis niet hij maar Tongsu de lekkere hapjes kreeg, had zij alleen maar gelachen. Als-ie zon opmerking tegen zijn eigen moeder gemaakt had
Haar moeder had veel meegemaakt. Scholiere in de Japanse tijd, zonder vader, want die werkte eerst in Japan, vervolgens in Mantsjoerije. Toen haar moeder in 1948 trouwde zat haar vader nog gevangen. Toen kwam de Koreaanse oorlog, met twee kinderen van één en drie. Zijzelf kwam in 1954 ter wereld, in een stalletje, zei haar moeder altijd. Je kon er een boek over schrijven. Haar moeder bemoeide zich nu nergens mee, tenzij je erom vroeg. Al haar wensen waren vervuld, zei ze, nadat ze op haar 60ste én 80ste verjaardag al haar kinderen en kleinkinderen (en verdere nazaten) om zich heen had gehad. Gelukkig was haar schoonvader wel aardig. Na die discussie over hoe de baby moest liggen had hij tenslotte tot zijn vrouw gezegd: Onze schoondochter denkt tenminste na over wat het beste is voor ons kleinkind. Haar man, Kim, leek wel op hem.
|
|